SOK-Mededelingen 56

Terug naar SOK-Mededelingen Samenvattingen


Caestert: de vier evangelisten?
door Jaap Brandsma en Max Wijnen

Niet ver van de bekende plafondtekening van Sint Joris en de draak in de groeve Caestert staat een andere plafondtekening. Het betreft een tekening met een symmetrisch lijnenspel, waar doorheen van alles is getekend. Links daarvan de tekening van een persoon, die is opgehangen. Opvallend detail bij deze afbeelding is dat de handen van het slachtoffer niet achter de rug gebonden zijn, maar deze gevouwen heeft vůůr zijn lichaam. Vele mensen hebben zich al het hoofd gebroken over de (symbolische?) betekenis van het lijnenspel en het slachtoffer aan de galg. De auteurs hopen een discussie te starten en zo een antwoord te vinden door de tekening stelselmatig tot in de details te ontleden. Ze maken daarbiuj dankbaar gebruik van eeuwenoude afbeeldingen, om hun theorie te staven. Hun spoor gaat ver terug in de tijd en begint met de Jeruzalemkruizen van de Tempeliers, die naast de tekening tegen de schuine verkantingen langs het plafond zijn aangebracht. De zogenaamde ankerkruizen leidt hun naar de vroege Christelijke symboliek en de vier evangelisten MattheŁs, Marcus, Lucas en Johannes. Ze worden in de beeldende kunst niet alleen afgebeeld als menselijke gedaanten, maar ook als gevleugelde symboolgestalten. Deze en verwante symboliek is de basis van een boeiende verklaring van het mysterieuze lijnenspel en afbeeldingen van de tekening naast Sint Joris.

De carriŤres rond Soissons (F)
door Ed de Groot en Sjef Wanders

De beide auteurs hebben sinds 1990 tijdens talloze tochten enkele honderden groeven in de omgeving van Soissons in Noord Frankrijk bezocht en onderzocht. Het onderzoeksterrein is een gebied , grofweg twee keer Zuid-Limburg, met de oude stad Soissons ongeveer in het midden. Ze bezochten ongeveer 400 ondergrondse kalksteengroeven, klein en groot, tot zeer uitgestrekt. Opvallend is dat het dak van de groeven vrij kort aan de oppervlakte ligt. Sommige groeven zijn zeer compliceert ontgonnen en de auteurs raden de onervaren berglopers af deze groeven te betreden. Ze waren bijzonder geÔnteresseerd in de overwinterende vleermuizen en in bijzonder in de soortensamenstelling. Hoe verschillend is die in vergelijk met de vleermuizen in Zuid-Limburg? Tijdens hun observaties van 20 jaar zijn ze geconfronteerd met een soort evolutie in het soortbestaand. Sommige soorten zijn nu verdwenen of juist toegenomen. Al met al zijn er weinig overeenkomsten en veel verschillen in de verhouding tussen de soorten. Op hun ondergrondse tochten kwamen ze een scala aan voorwerpen of zaken tegen, die schijnbaar achteloos achtergelaten zijn. Dat komt vooral door het zeer gevarieerde tweede gebruik van de groeven, zoals champignonkweek of opslagplaats. Maar vooral de gebruikssporen en achtergebleven relicten uit de Eerste Wereldoorlog zijn vaak nadrukkelijk aanwezig.

Sint Joris: het geheimzinnige figuurtje
door Jaap Brandsma en Max Wijnen

In de jubileumeditie van SOK-Mededelingen 50 is uitgebreid aandacht besteed aan de in totaal drie tekeningen of inkrassingen van Sint Joris. Dit artikel gaat over de zogenaamde grote plafondtekening van Sint Joris en met name over een tot nu toe onverklaard fenomeen in de tekening: het figuurtje achter de rug van Sint Joris, dat met hem op het paard meerijdt. In de westerse versies van het verhaal over Sint Joris en de daarbij behorende afbeeldingen komt het figuurtje niet voor. Uit onderzoek van de auteurs blijkt dat in de versie van de oostelijke orthodoxe kerken het figuurtje juist wel algemeen voorkomt. In het kort komt het erop neer dat een jongeling tussen het Turkse CappadociŽ en de Arabieren door die Arabieren ontvoerd werd uit zijn vaderland. Hij werd aangesteld als een persoonlijke bediende van een aanvoerder. Zijn moeder bad maandenlang tot Sint Joris voor een behouden terugkeer en na precies een jaar, op de feestdag van Sint Joris, verscheen deze op een paard en redde de jongen. Meer lezenswaardige details vind u in deze aflevering van SOK-Mededelingen.

De procuratiehouder
door Marjan Melkert

Met een verhuizing van haar grootmoeder naar een bejaardentehuis werd de spreekwoordelijke schoenendoos met documenten en fotoís, gereed voor de vuilcontainer, gered en getild uit haar vergetelheid. Uit de inhoud van de doos en uit gesprekken met haar oom bleek haar opa J.W. (Guy) Coenen een bijzondere relatie met de ďbergĒ heeft gehad. Na een carriŤre als boekhouder bij diverse bedrijven kwam hij terecht bij de chemicaliŽn firma Janssen-Eggels, die ondermeer kalk verhandelde van de NEKAMI. De NEKAMI won mergel in een open dagbouwgroeve aan de Jekerzijde van de Sint Pietersberg. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog komt de handel in chemicaliŽn in zwaar weer en om de medewerkers toch een boterham te garanderen werd heil gezocht in de kweek van champignons in onderaardse mergelgroeven. Zoals ook in groeve de Keel, tussen Kanne en Vroenhoven. Janssen-Eggels werkte daar al, want ze won daar losse mergel, dat met behulp van springstof werd losgeschoten. Om mergel te kunnen schieten en ook champignons te kweken moest een toezichthouder benoemd worden. Op 29 november 1940 werd haar opa Guy Coenen daartoe aangewezen. Korte tijd later werd hij beŽdigd. Coenen deed nog meer in de groeven, zoals het assisteren van D.C. van Schaik bij diens karteringswerkzaamheden in de Sint Pietersberg. Ook over zijn rol in het verzet tegen de Duitse bezetter schrijft de auteur.