SOK-Mededelingen 58

Terug naar SOK-Mededelingen Samenvattingen


Onderzoek naar de ontginning van een groeve: vier groepen ontginningsmethoden
Kevin Amendt

Bij een bezoek aan een onderaardse mergelgroeve of tijdens een onderzoek wordt met een zekere regelmaat de vraag gesteld “Hoe oud is deze gang?”. Het is echter niet eenvoudig om een gang of groevegedeelte te dateren. Een willekeurig jaartal, ooit geschreven op of gekrast in de mergelwanden, wordt al snel gekoppeld aan de ouderdom van de gang. Hierbij is de kans groot dat de ouderdom van een groeve of groevegedeelte foutief wordt ingeschat. Een goede datering kan worden gemaakt (en een goed inzicht in ontstaansgeschiedenis van een groeve wordt verkregen) door meerdere aspecten te combineren en deze in verschillende mergelgroeven met elkaar te vergelijken.
In dit artikel wordt het aspect ontginningsmethoden verder uitgewerkt. Het blijkt namelijk mogelijk te zijn om een logische indeling te maken in de verschillende manieren van werken waarmee de mergel onderaards is ontgonnen. De indeling is gebaseerd op de staat van de technologische ontwikkeling van het gereedschap én de technologische ontwikkeling in de manier van werken (de wijze waarop het gereedschap wordt toegepast). Alle in de mergelgroeven gebruikte ontginningsmethoden kunnen in deze indeling van vier groepen worden geplaatst. De benaming van die vier groepen is gebaseerd op het gereedschap dat tijdens de ontginperiode zo typerend was voor de betreffende groep: groep een deslagbeitel, groep twee de zaag en slagbeitel, groep drie de zaag en stoorbeitel en tenslotte groep vier de mechanische aandrijving.
Elke groep is gekoppeld aan een aantal essentiële kenmerken, die een ontginningsmethode moet laten zien om bij een van de groepen te worden ingedeeld. De essentiële kenmerken per groep komen in het artikel uitgebreid aan bod.

Romeinse bouwsteenwinning en het gebruik van mergelsteen in Zuid-Limburg
Jacquo Silvertant

Vanaf de 19e  eeuw groeide de opvatting, dat de ondergrondse steenwinning in Zuid-Limburg door de Romeinen gestart zijn, uit van een hardnekkige vooronderstelling tot een algemeen aangenomen historisch feit. Sinds die tijd wordt gediscussieerd over de vraag of de Romeinen in Zuid-Limburg mergelsteen hebben gewonnen of niet en zo ja, gebeurde dit dan in ondergrondse groeven of in dagbouw? De volgende vraag betrof natuurlijk de locaties waar dit dan zou moeten hebben plaatsgevonden. Dit artikel beoogt te onderzoeken wat er feitelijk bekend is over Romeinse bouwsteenwinning in Zuid-Limburg en welke conclusies daaraan kunnen worden verbonden. De belangrijkste vraag daarbij is, of de ondergrondse mergelgroeven in Zuid-Limburg überhaupt een Romeinse oorsprong gehad zouden kunnen hebben?

Gezien de relatief grote hoeveelheid informatie die er is over Romeinse gesteentewinning in de omringende landen, zal men zich eerst moeten afvragen waarom er, in vergelijking met andere regio’s, geen overtuigende bronnen of sites zijn aangetroffen waar mergelsteen door de Romeinen structureel werd ontgonnen? Om een antwoord op deze vraag te kunnen geven, is het allereerst noodzakelijk om te onderzoeken waar het beeld van een Romeinse oorsprong van de Limburgse mergelgroeven nu eigenlijk vandaan komt? Bestudering van de bronnen over dit onderwerp zou wellicht kunnen verklaren hoe die aanname uiteindelijk consensus is geworden. Voorts is het belangrijk om de geschreven bronnen naast de archeologische informatie te leggen die hierover momenteel beschikbaar is.

Dit artikel belicht met name het gebruik van mergel als bouwmateriaal en de winning ervan in ondergrondse steengroeven.