SOK-Mededelingen 59

Terug naar SOK-Mededelingen Samenvattingen


De mergelrotswand te Geulhem, een inventarisatie van gangopeningen tussen Geulhemerweg 34 en de Geulhemermolen
Kevin Amendt
 
Het eerste verhaal betreft een analyse van historische foto’s uit de omgeving van Geulhem door Keven Amendt. Geulhem is een idyllisch gehucht waar honderden jaren de tijd leek stil te staan. Hierin kwam verandering met de opkomst van het vreemdelingenverkeer. De prachtige rotswanden met daarin de ingangen van de tot verbazing sprekende onderaardse gangenstelsels maakten dit stukje Geuldal toen beroemd onder de reizigers. Terwijl ten behoeve van het vreemdelingenverkeer enkele hotels werden opgericht, woonde de plaatselijke bevolking, althans de armsten, nog in duistere vochtige holen, de zogenaamde rotswoningen. Dankzij oude ansichtkaarten en reisbeschrijvingen kunnen we ons nu nog een beeld vormen van Geulhem in haar glorietijd. De afbeeldingen op de ansichtkaarten zijn een waardevolle informatiebron voor het groeveonderzoek. Ze geven weer hoe het landschap in de loop der tijd is veranderd. De karakteristieke rotswand te Geulhem werd eind jaren 30 afgegraven en de inventarisatie van ingangen in dit artikel van Kevin Amendt kon enkel plaatsvinden aan de hand van oude foto’s.

Diverse mergelexploitanten in het noordelijk deel van de St.-Pietersberg in de 17e eeuw en 18e eeuw. Deel 1.
Peter Jennekens & Rob Habets

In het artikel van Peter Jennekens en Rob Habets over de kalksteenexploitatie van de St. Pietersberg vanaf de 16e eeuw blijkt dat deze exploitatie, met uitzondering van ‘de Vrijheidsberg’, generatieslang in handen was van enkele invloedrijke families. Een van de bekendste families van ontginners was de familie Stas. Hun “ondergrondse” activiteiten vonden plaats in de tweede helft van de 16e eeuw. In de archiefstukken treffen we in die zelfde tijd nog andere familienamen aan die een relatie hebben met de winning van kalksteen. Hiertoe behoren onder meer de gebroeders Anthonis en Wilken Beutenaken (alias Katers), Frans en Gerard Jaspers (als zijnde “steynmetzers”) en Jan van Liechtenborch. Door vererving en verkoop van hun bezit kwam een einde aan de mergelzaken van deze families. De ontginning van kalksteen ging echter gewoon door, al waren het nu anderen die op deze manier hun geld verdienden.