SOK-Mededelingen 63

Terug naar SOK-Mededelingen Samenvattingen


In de SOK-Mededelingen 63 (september 2015) zijn vier artikelen opgenomen, die de diversiteit en de schijnbaar onuitputtelijkheid van onderzoeksmogelijkheden in en van de mergelgroeven weer eens onderstrepen.

John Hageman heeft de correspondentie onderzocht tussen de pioniers en publicisten van de jaren ’30 van de vorige eeuw onderzocht. In het archief van D.C. van Schaik vond hij 19 brieven van en aan Willy Verster uit Breda. Het is duidelijk dat beide heren elkaar “gebruiken” om in de grottenwereld hun naamsbekendheid te vergroten. Ze vragen over en weer om voor hun publicaties en onderzoeken reclame te maken. Opvallend in de brieven van Verster is vooral dat hij van Schaik uiterst formeel benaderd, maar zich daarbij wel erg onderdanig opstelt. Verster heeft het financieel niet te breed en het blijkt overduidelijk dat iedere financiŽle buitenkans van harte welkom is en hij graag een positief beeld over zijn grottenkennis naar de buitenwereld schetst om er zijn voordeel uit te kunnen trekken.

In het artikel “Een intrigerend opschrift – (grotendeels) ontraadseld” van Rob Visser wordt een echte, bijna spannende, zoektocht ondernomen naar de betekenis van een raadselachtig opschrift in de St. Pietersberg. Het opschrift bestaat uit onbegrijpelijke tekens of letters en is aanvankelijk niet te herleiden tot een taal. Het onderzoek verliep via een docent klassieke talen aan het Stedelijk Gymnasium in Leiden naar het Instituut voor Joodse Studies in Antwerpen van de Universiteit Antwerpen.  Daar bleek dat de letters wel in het Hebreeuws alfabet waren geschreven, maar de taal in Jiddisch was. Dat is weliswaar een Germaanse taal, maar ze wordt in het Hebreeuws alfabet geschreven. Probleem was echter dat het opschrift in zogenaamde cursieve letters geschreven was, waar alleen een Litouwse docent aan de Sorbonne in Parijs een antwoord op had.

Kevin Amendt en Peter Jennekens beschrijven onder de titel “Groeve Ternaaien achter en omgeving” het gedeelte van de Sint Pietersberg, dat bekend is onder de naam het plateau van Caestert, en dat  niet alleen interessant is vanwege de alom bekende onderaardse gangenstelsels. Ook iets dat er niet meer is, of waarvan het vermoeden bestaat dat er wellicht iets is geweest, trekt steeds weer de aandacht van menig groevegeÔnteresseerde. In de helling van het Jekerdal, ten westen van de boerderij Caestert, zijn enkele locaties die in dit kader waard zijn om nader bekeken te worden. In de glooiende helling bevinden zich mergelwandjes met gereedschapssporen of zelfs pilaarrestanten. Hier zijn weinig tot geen gegevens van bekend. Toch kan een en ander op papier worden gezet door te bestuderen en te beschrijven wat zichtbaar is in het huidige landschap. Daarnaast geeft oud kaartmateriaal een indruk van de locaties in relatie tot de omgeving.

In het laatste artikel van Johan Janssen en Hans Ogg wordt het Rad van avontuur beschreven. Deze enigszins cryptische naam van het artikel duidt niet op een kermisattractie, maar op een zogenaamd meetwiel, waarmee grotere afstanden gemeten kunnen worden. Tijdens hun vele bergtochten kwam regelmatig de vraag naar voren hoeveel hectare de groeve groot zou zijn. Van de meeste groeven bestaan digitale plattegronden en kan men precies de oppervlakte berekenen. Maar van bijvoorbeeld de Grote Berg van Zussen bestaan die gegevens niet en blijft het inschatten. Verder drong zich de vraag steeds vaker op, hoe groot de lengte van de totale omtrek dan zou zijn. Ze besloten dit met een meetwiel te gaan vastleggen. Later volgden meerdere groeven en zo ontstond een beeld in de verhouding oppervlakte en omtrek. Voor de liefhebbers: de omtrek van de Lacroixberg bedraagt 14.507 meter.